11/11/2017 : The whole story

2 jaar... Vandaag is het 2 jaar sedert mijn diagnose en dat ik toch leef op 'borrowed time'. Het volledige verhaal had ik al neergepend voor in mijn dochter haar 'mama' doos, samen met alle andere blog item's. Zo kan ze het het lezen als de tijd daarvoor rijp is. Omdat heel wat mensen mij vragen wat er juist is gebeurd, wil ik deze wel met jullie delen. En welke dag is beter dan vandaag om dit te doen?

Zaterdag 11/11 :
Vanmorgen nog redelijk goed opgestaan. Mijn eerste make-up opdracht met een fotograaf gaat deze voormiddag door in Oostende. Dit samen met nog een andere make-up artist. Ik heb even getwijfeld om het af te zeggen door de constante hoofdpijn maar ik vond het ergens ‘not done’ vanwege de kans die ik van de fotograaf kreeg.

Vol goede moed vertrek ik naar Oostende. De eerste 2 meisjes waarvan ik de make-up doe, gaat vlot. En dan plots uit het niets, terug die helse hoofdpijn. Tanden bijten en voortdoen!. Even denk ik aan het feestje vanavond maar heb zo een idee dat mij dat niet gaat lukken. Best toch naar huis rijden straks en terug bed in. Ik reik naar een borstel die voor me ligt maar mijn hand gaat de andere kant uit. Wat is dat nu? Echt bij stil staan doe ik niet maar ik laat het laatste meisje toch best over aan de andere make-up artiste. Wat beschamend vraag ik haar om over te nemen want die hoofdpijn is niet meer normaal.
De trap in het appartementsgebouw is nogal smal en ik krijg met moeite mijn make-up koffer naar beneden en in mijn auto. Zo sukkelen heb ik nog nooit gedaan. Ik zucht even goed als ik achter mijn stuur kruip en vertrek naar huis.
Dan de KNAL. Wtf is dat nu weer? Ik kijk naar rechts en zie mijn autospiegel bengelen. Waar heb ik tegen gereden? Best mijn auto aan de kant zetten en eens kijken. Ik staar naar mijn dashboard. Hoe moet je nu weer je auto afleggen. Nope, geen idee. Het is alsof mijn verstand op nul staat en ik een soort black out heb.

“Broer?” Ik heb mijn broer gebeld. “Ik voel mij niet zo goed en ik ben ergens in Oostende”. Hij en mijn schoonzus zijn in Plopsaland en hun auto staat bij hen thuis in Adinkerke. Hij zegt me om de ambulance te bellen en hem dan terug te bellen. Ambulance? Ga ik nu ook niet doen, denk ik. Zo erg is het niet. Ik denk even na.. wie kan er vlug bij mij zijn zodat zij mij naar huis kunnen brengen. Elske en Kristof! Dat moet lukken. Elske? Ja hoor, ze rijden net hun oprit op en gaan draaien richting Oostende. Ok, binnen een 40min zijn ze hier wel. Waar ik sta? Geen idee.. Ik kijk op mijn maps, neem een screenshot en stuur het door.
Mijn broer belt terug. Ze zijn op weg naar huis en komen zo vlug mogelijk naar Oostende. Of ik de ambulance al heb gebeld? Neen, hoeft dat nu echt? Ok, dan ik bel wel. Omdat ik niet weet waar ik juist ben, geef ik door dat ik ergens in een zijstraat van de Elisabethlaan sta. Ik ga ervan uit dat dit toch zo is.

Een oproep.. een nummer dat ik niet ken.. Ik neem op. Politie Oostende, Of ik asap naar het politiecommissariaat kan gaan. Ik word beschuldigd van vluchtmisdrijf. Ik snap er niets van. Er zijn mensen op het commissariaat die mijn nummerplaat hebben opgeschreven en die aangifte aan het doen zijn van beschadiging van hun voertuig. Ik heb echt geen benul waar hij het over heeft en echt vriendelijk is hij niet. Hij doet vooral uit de hoogte en wil niet luisteren naar wat ik zeg.
Op dat moment komt Elske naar mijn auto toegelopen. Ik doe teken naar haar met mijn telefoon in mijn handen en ze neemt de gsm over. Ik hoor haar vooral van haar tap maken tegen die politieagent. Dat ik geen vluchtmisdrijf pleeg maar medische hulp nodig heb. Dat hij maar moet wachten want dat ik nu even voorga. Goed gezegd, denk ik. Ze legt af maar nog geen second later hangt hij al weer aan de telefoon. Nu maakt ze haar toch wel echt kwaad. Dat ik niet in staat ben om naar het politiecommissariaat te gaan en dat hij een toontje lager mag zingen.
In de verte hoor ik de ambulance. Kristof heeft ze terug gebeld omdat ze er nog niet waren. Niet moeilijk want ik sta niet in een zijstraat van de Elisabethlaan. Ik stap in en dan gaat het licht uit…

Het is maandag 13/11/2017.
Ik word wakker op intensieve zorgen van het UZ Gent. Hoe ik hier kom weet ik niet. Ik had vooral veel dorst en een stomme droom die constant herhaalde.
De verpleegster stelt mij gerust en geeft me een stokje waar ik mijn lippen aan nat kan maken. Een beetje later staan mijn mama en broer naast mijn bed. Met een smile tot aan hun oren. Zo blij dat ze me zien? Ik vind het vooral grappig want hun hoofden zien er uit als die van een alien. Helemaal misvormd, vooral de rechterkant is gelijk weg. Mijn mama zegt dat ze een paar dagen bij mij zal blijven als ik terug thuis ben. Ya Right, no way! Ze lachen.

Na nog een nachtje op intensieve, word ik naar een kamer op high-care gebracht. Iedereen ziet er al weer redelijk normaal uit. Mijn alien fase is over. Ieder uur staat een verpleegkundige aan mijn bed om te vragen welke dag we zijn, mijn naam en nog zo wat van die domme vragen. Eens knijpen in hun handen moet ook nog. Slapen zit er dus echt niet in. Ik hoor de verpleegster zeggen dat ik wel goed reageer maar dat mijn adres nooit klopt. Ik begin te twijfelen aan mezelf. De dag erop is het adres misverstand opgelost. Mijn oud adres staat nog in het bestand van het UZ en gelukkig ben ik ‘genoeg bij de pinken’ om het door te hebben.

De volgende dagen is het een op en af geloop van dokters en assistenten. Het wordt me duidelijk dat ik een uitzaaiing in mijn hersenen had van de melanoom die ze in 2011 hebben weggehaald. Ik zat er dus volledig naast met mijn migraine. Het berichten op mijn gsm gaat ook al iets beter. De eerste dagen kon ik zelfs niets deftig schrijven. Nu lukt het wel maar het duurt heel lang tot ik een berichtje zonder fouten heb getypt. Mezelf wassen lukt ook al beter, al snap ik nog steeds niet waarom er daarvoor iemand bij mij blijft. Een fysiotherapeut komt spelletjes spelen met mij. Heel leuk maar bij de denkspelletjes valt het mij op dat dit mij heel moeilijk af gaat. Ik ben daar nochtans redelijk goed in.
Het is raar maar het is alsof mijn geest niet vat wat er met mijn lichaam is gebeurd. Ligt het aan de black-out of iets anders? Ik herinner mij wel enkele korte flarden van in het ziekenhuis van Oostende. Vooral de hevige hoofdpijn, het overgeven, mijn lenzen dat ik probeer uit te halen, een politieagent die me vraagt iets te tekenen en de ambulancerit van Oostende naar UZ Gent. Toen de ambulancier me achteruit in de ambulance stak, dacht ik aan mijn wagenziekte en wist ik dat dit niet goed zou komen en ik waarschijnlijk wel zou overgeven.

Prof. Kruse (oncoloog melanoom) en An (Verpleegkundige consulente) staan aan mijn bed. Ik weet ondertussen dat er nog metastasen in mijn hersenen zijn. 2 kleintjes en een toch nog iets grotere. Prof Kruse vertelt me dat ze me volgende week vrijdag verwachten op de poli oncologie en ze me dan de verdere behandeling volledig gaan uitleggen. Immuuntherapie is nog geen optie en het wordt de doelgerichte therapie. Tussen alle info door, laten ze vallen dat er nog uitzaaiingen op mijn longen en buikvlies zitten. Ik reageer er niet op en luister verder.
Wanneer ik alleen ben en het rustig is in mijn kamer, begin ik pas alles goed te beseffen en rolt de eerste traan langs mijn wang.

Black out :
Elske zit op mijn bed. Het is maandagavond (20/11) en we zijn alleen in mijn kamer. Ik wil nu wel eens alle details van wat er juist is gebeurd. Ze moet me niet sparen en me alles vertellen. Niemand praat erover. Ze hadden iedereen wel gevraagd om het niet te doen en het aan de dokters over te laten maar ik krijg alles door in stukken. Ik wil het allemaal aan elkaar kunnen knopen.

Ze vertelt…
Ze kwamen net thuis toen ik belde en hoorde aan mijn stem dat er iets niet klopte. Ze zijn terug van hun oprit gereden en zo vlug mogelijk naar Oostende gekomen. Door mijn screenshot wisten ze waar ik stond. Eens aan mijn auto aangekomen, zag ze in mijn ogen dat het ernstig was. Mijn blik was wazig. Ze is samen met mij in de ambulance meegereden tot aan het ziekenhuis van Oostende. De ambulancier had haar van alles gevraagd en ze had er zo goed mogelijk op geantwoord.
Omdat ik constant zei dat mijn hoofd zoveel pijn deed, zouden ze een CT nemen. Ondertussen stond onze lieve politieagent ook in het ziekenhuis. Hij zou zonder tegenpruttelen een verklaring van me afnemen en dacht dat ik wat komedie aan het spelen was.
De verpleegkundige had hem wat op afstand kunnen houden en mij eerst de nodige verzorging gegeven. Mijn zicht aan de rechterkant was ondertussen volledig weggevallen. Hierdoor had ik ook niet gezien dat ik de auto had aangereden. Er was een oncoloog opgeroepen en die liep met zijn handen door zijn haar na het zien van mijn scan. De grootste, die een diameter van 5cm had en dat ze later in het UZ hebben verwijderd, was aan het bloeden en ik had heel veel vocht in mijn hersenen.
Ik lag constant in een bolletje op mijn zij met mijn handen op mijn hoofd. Moet ergens de enige manier geweest zijn om de pijn dragelijk te maken. Door de uitvalsverschijselen reageerde ik ook niet altijd. De politieagent had er tussen ergens een handtekening van me kunnen bemachtigen maar de verpleegster had erop geantwoord dat het toch niet rechtsgeldig zou zijn. Mijn broer, schoonzus en mijn mama waren ondertussen ook in het ziekenhuis toegekomen. De dokter had hen apart genomen en mijn situatie uitgelegd. Ik moest zo vlug mogelijk onder het mes en mijn beste optie was overbrengen naar UZ Gent. Als ze op dat moment bij me blijft, gaf de verpleegster toe dat de kans groot was dat ik de volgende dag niet zou halen.
Ze vertelt ook dat ze savonds nog heeft gebeld naar het politiecommissariaat om hen er op te wijzen dat ze beide kanten moeten horen en ze mij hadden moeten helpen ipv beschuldigen. In mijn gedachten was de auto van de ander persoon per total maar het was enkel zijn spiegel die was afgereden. Mijn broer vertelt me nog dat het dossier van mijn aanrijding normaal wordt behandeld en er geen sprake is van vluchtmisdrijf. Mijn handtekening op het aanrijdformulier, dat de politieagent me had doen tekenen, was een krabbel in het midden van het formulier.

Naar het UZ is Elske niet meer mee geweest maar de rest weet ik van mijn mama en de verpleegster die bij me was dat weekend.
De verpleegster is me de woensdag op mijn kamer komen opzoeken. Het was haar eerste shift na het weekend. Ik dacht echt dat ze me een knuffel ging geven toen ze mijn kamer binnen kwam. Door mijn black-out had ik geen idee wie ze was.
In het UZ hadden ze me op een hoge dosis cortisone gezet en gehoopt dat een operatie niet direct nodig zou zijn. Die nacht had ik rustig en goed doorgekomen maar bij het ontbijt loopt het fout.
Terwijl de verpleegkundige mijn boterham smeert en die aan me wil geven, reageer ik plots totaal niet meer. Ze heeft geen seconde getwijfeld en naar de neurochirurg gebeld. Hij had gelukkig direct door dat er geen seconde te verliezen was. Hij heeft zo hard aan mijn bed getrokken dat de verpleegster zelfs geen tijd had om mij van alles los te koppelen. Dat had ze nog nooit voor gehad en ze zei dat ze de paniek in zijn ogen kon zien.
Rond 10u kreeg mijn mama het telefoontje dat ze me dadelijk zouden opereren. De operatie zelf heeft een 6tal uren geduurd en alles was goed verlopen.
Omdat de verpleegster niet wist of ik het had gehaald, had ze de kamerlijst bekeken en gezien dat ik er nog op stond. Ze zei me dat ze thuis toch even is gaan zitten, met een glas wijn om alles te laten bezinken.

Ergens ben ik blij dat ik het mij allemaal niet meer herinner. De angst, de emoties, de gezichten van iedereen die ongerust is, weten dat ze je hoofd gaan opensmijten..  Waarschijnlijk ook daarom dat ik de eerste dagen na mijn operatie niet door had wat er juist aan de hand was. Dat mijn geest nog niet mee was met wat mijn lichaam had doorgemaakt. Mijn rechterkant was volledig uitgevallen en had tijd nodig om te herstellen. Daarmee dat ik die alien gezichtjes zag, mijn motoriek die niet meer ging, het moeilijk berichtjes sturen, het gepraat over een revalidatiecentrum.. Ergens denk ik wel dat dit ook mijn sterkte is geweest. Door het niet echt onder ogen te zien of beseffen, heb ik ook mijn kop niet laten hangen en alles blijven doen al lukte het niet altijd direct.

Als ik na een week en half het ziekenhuis mag verlaten, ben ik zo goed als hersteld van de uitvalsverschijnselen. De fysiotherapeut die nog wat testjes komt afnemen is verbaasd over mijn vooruitgang. Het is een vlotte gast en ik voel mij er wat ongemakkelijk bij. Mijn haar ligt erbij alsof, neen, ligt er effectief bij als nog niet gewassen in de voorbije week en half. Mijn coupe is ook niet hip te noemen. Het haar op mijn benen gaat ook alle kanten uit. Kunnen ze nu echt niet een minder aantrekkelijke man sturen? 😉

Een gedachte over “11/11/2017 : The whole story

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: